![]() |
||
| De boodschap die met de Hemelvaartsdag klinkt is juist de boodschap van de gaven . De gaven die verdiend zijn door de Heere Jezus. Gaven die worden uitgedeeld in dit leven. In minder of meerder mate. Waar bij alle de liefde tot God en de naaste aan ten grondslag ligt. En het vers weer klinkt: Ik wil jou van harte dienen. En als Christus voor je zijn. | ||
![]() |
||
| Maar uiteindelijk heeft elk mens zijn of haar gave. En zal de Heere hem of haar brengen waar Hij ze nodig heeft. Waar Hij ze kan gebruiken in Zijn dienst. Het is geen vraag, maar een weten. Dit of dat is mijn taak. Het is altijd in een liefdedienst. Om zonder enige bijbedoeling hand- en spandiensten te verrichten tot eer van God. Dan is het zo waar dat het is een God liefhebben boven alles en de naaste als zichzelf. | ||
![]() |
||
| Voor de één is de plaats door de Heere gewezen zo duidelijk. Voor een ander blijft het altijd een vraag. Maar is het niet zo dat juist zijn een lampje op hun rug dragen? Ze denken niets van zichzelf. Hebben overal de Heere bij nodig. Zo houdt de Heere in de regel Zijn kinderen heel dicht zij Zich. En ook hen gebruikt Hij in zijn dienst. | ||
![]() |
||
| De liefde moet ook een plaats in het leven kunnen krijgen. In alle drukte die het leven tekent is zo vaak geen tijd voor God en onze naaste. Men moet een gaatje vinden. Helaas, om er voor de dienst van de Heere en voor hen die onze naaste heten te zijn. En wie is zich daar nog van bewust? | ||
![]() |
||
| De boom wordt aan de vruchten gekend. En de eerste vrucht is de liefde. Dit geldt in alle omstandigheden. Liefde tot God en liefde tot de naaste. Dit komt openbaar op elke plek waar je bent gesteld. Ook in de kerk of in de kerkenraad. Helaas is het zo vaak anders. Men houdt het meest van zichzelf. | ||
![]() |
||
| Het belijden van de Heere Jezus heeft niets te maken met wat loze woorden en kreten. Het is een geen voetstap zetten zonder Hem. Er is een godsdienst opgekomen waar het allemaal niet uitmaakt. Maar van de liefde tot God en een nauwgezet leven is geen enkele sprake. Men heeft het. Men belijdt het. Maar leeft er vervolgens niet naar. Hoedanig is uw leven? | ||
![]() |
||
| Een goed evenwicht tussen wet en genade is belangrijk. Zien wie je zelf bent in de spiegel van Gods Heilige Wet. Weten en geloven dat het omkomen is onder die wet. Zien wat genade is wanneer je echer niet omkomt door het niet houden van die wetten. Wanneer je uit genade elke dag weer opnieuw mag beginnen. Met de fluistering: Mijn zoon, MIjn dochter, geef Mij je hart. | ||
![]() |
||
| Gods beloften zijn waar in het leven van Zijn kinderen. Hij houdt getrouw Zijn Woord. Wanneer je niet kunt geloven dat de Heere nu ook voor jou Zijn leven heeft gegeven, kijk dan maar eens naar Zijn daden in je leven.Wanneer je alleen maar ziet op wie je bent in je eigen oog. Van nul en van geen waarde. Het komt niet verder. Kijk omhoog. Die daden in jouw leven getuigen toch van Zijn liefde en Zijn trouw. Nooit heeft Hij doen omkomen die op Hem hopen en op Hem vertrouwen. | ||
![]() |
||
| En als je denkt dat je er bent, dan kom je er wel weer achter dat het niets was en niets is. Dit gaat net zolang door tot je inziet dat het ook nooit iets zal worden. En zo wordt geen mens met genade een wonderboom. Maar gaan de wortels wel steeds dieper in de grond. | ||
![]() |
||
| In een nieuw en godzalig leven wandelen houdt in dat je door Gods Geest elke dag ontdekt wordt aan zonde en schuld. Nooit is het genoeg. En nooit ben je volmaakt. Want de allerheiligste heeft maar een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid.. | ||
![]() |
||
| Jezelf een nieuw schepsel te mogen weten. En in de zonde blijven? Het kan niet bestaan. Dagelijks afgebroken te worden van dat wat wij menen dat wel kan. Maar wat buiten God en buiten Christus is. Gedachten, woorden en werken. Zij alle staan ons door Woord en Geest, wanneer we voor de spiegel worden gezet, als zonde voor ogen. Kortom, het wordt een nauwgezet leven. En alles kan er niet meer bij door. | ||
![]() |
||
| De eerste week van het jaar is voorbij. Terugkijkend: wat hebben we er van terecht gebracht. Waar heeft de Heere tot ons gesproken. En wat wilde Hij ons zeggen. Hebben we Zijn stem verstaan? Een maal moeten we sterven. En hoe kunnen we zonder schrik voor God verschijnen? Alleen wanneer we in Christus ons een nieuw schepsel mogen weten. | ||
![]() |
||
| Een nieuw jaar is aangebroken. Ook in het jaar wat komt zullen we zo de Heere het geeft over veel dingen na hopen te denken. En is het dan niet zo dat dit jaar de eerste januari op de zondag valt? De dag des Heeren...........waar de Heere aan Mozes zo Zijn gedachte over heeft gegeven. | ||
![]() |
||
| Overal waar Gods kinderen zijn gebracht is de ervaring vroeg of laat te zien waarom men nu juist daar is. Het kan zijn dat men zich tevoren afvraagt of het wel goed is om die of die weg te gaan. Er kan een strijd zijn om zeker te weten dit of dat pad wel of niet te gaan. Doch wanneer men ergens zich bevindt, vroeg of laat gaat het licht schijnen.En weet men het zeker: het was om dit of dat. | ||
![]() |
||
| Het belangrijkst in het leven is te weten dat we zonder vergeving van zonden voor God niet kunnen bestaan. Voor die vergeving van zonden hebben we de Heere Jezus nodig. Hij is de Middelaar tussen God en tussen de mensen. Hij komt tot mensen door het Woord en door de Heilige Geest. En in het zien op de Heere Jezus is er vanaf dat moment een geheel andere gang in het leven. Om van nu en voortaan heilig voor God te leven. In een weg van geschonken liefde tot Hem en de naaste. | ||
![]() |
||
|
Het
inzien van eigen schuld in welke omstandigheid ook is een oorzaak van
loutering wanneer in de weg van de heiligmaking deze schuld wordt
beleden en in een weg van vergeving een nieuwe start wordt gemaakt.
Waar de strijd is tegen ook die zonde. Een en ander gaat atlijd gepaard
met verdriet en pijn. Met een inkeer een afkeer en een terugkeer. Het
doet echter veel verdriet als blijkt dat een weg door eigen schuld
definitief is afgesloten. Wanneer er geen vergeving is en geen
mogelijkheid verder te gaan.
|
||
![]() |
||
| Het je door niets en niemand af laten schrikken in het gaan van een weg die je is gewezen door de Heere is van het grootst belang. Gezien aard en karakter van mensen kan die weg nog wel eens strijd geven. Een zo grote strijd dat twijfel en de gedachte denken om te komen niet ondenkbaar is. De beloftes van de Heere staan echter boven de omstandigheden. Zijt nuchter en waakt. Houd in uw weg het oog op God gericht. De uitkomst zal niet en nooit falen. Het zijn geen loze woorden. Het zijn geen woorden die twijfel toelaten. Doch in het gaan van de weg die de Heere wijst zal in een weg van schuld blijken dat in deze zelfs de allerheiligste onvolkomen is. | ||
![]() |
||
| De lessen die je ontvangt werken in het leven wat uit. Je staat anders in het leven. Zo zijn er de keuzes die heel belangrijk zijn. Het kiezen voor de Heere en voor de weg die Hij is gegaan. Het volgen van Hem. Afstand nemen van mensen waar Hij geen goed woord voor over had. Het zoeken naar het verachte en het verbrokene. Om daar te zijn waar de Heere het oog op heeft geslagen. Mensen en situaties waar je door de Geest heen wordt geleid. Hievoor is het nodig een band te hebben en gemeenschap te oefenen met de Heere. Met de voortdurende vraag en bede: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal........... | ||
![]() |
||
| Het leven met de Heere blijft een leerschool. Het zien wie je zelf was en bent en blijft. Het afleren en het leren. Het zien Wie Hij was en is en blijft. De Middelaar tussen God en mensen. De Brug Die is geslagen. De zonde die niet goedkoop is. Maar die Hem het leven kostte. Het geeft als het goed is een nauwgezet leven. En wie eenmaal door de Heilige Geest is aangeraakt zal en kan uit zijn staat in Christus nooit vallen. Doch dit wil niet zeggen dat er geen lessen meer zijn. Integendeel. We lopen er steeds tegen aan. | ||
![]() |
||
| Er is een leven bij de dag. Er is een terugzien en een vooruitzien. Dit alles zijn kenmerken in het genadeleven. Een leven bij de dag en een opmerken op de stem van de Heere. Een terugzien om te gedenken hoe de Heere tot nu toe heeft geleid. Een vooruitzien naar datgene wat de Heere beloofd voor die Hem vrezen. In alles staat het leven met de Heere centraal. En komt Hem de hoogste eer en lof toe. | ||
![]() |
||
| En als de nood het hoogst is, dan is de redding nabij. Hoe dikwijls is dit waarheid in het leven van de kinderen van God. Niet voor niets wordt zo door de Heere gewerkt. Hij zal dan de hoogste eer ontvangen. Voor de weldaden die ook nu weer geschonken zijn. De psalmist zingt dan ook: Merk op mijn ziel wat antwoord God u geeft. Doch het blijft altijd een op Zijn tijd en wijze. | ||
![]() |
||
| In het leven zijn altijd de momenten van vreugde en verdriet die zich afwisselen. Zo denk je dat het nooit meer anders worden zal of een opmerking van iemand maakt het anders. Een telefoontje of een mailtje. Het is maar goed dat dit zo is. Want anders waren we harde en gevoelloze mensen. Het is echter wel belangrijk waar we met alle gebeurtenissen in ons leven heengaan. Wanneer we mogen geloven dat niets ons zonder de wil van onze Hemelse Vader wordt toegeschikt, dan zijn we al een heel eind. Dan mogen we ook alles wat ons overkomt bij Hem neerleggen. Om er verder met onze handen en vingers af te blijven. Hij zal het zien en zoeken. En uiteindelijk onze ellende en pijn veranderen. Zodat het ook nu weer te dragen en te verdragen is. | ||
![]() |
||
| Wanneer we mogen opmerken hoe wonderlijk onze wegen zijn, dan leren we meer zien van de grootheid van de Heere. Van Zijn trouwe zorg en het waarmaken van Zijn Woord. We mogen des te meer geloven : Want HIj zorgt voor u. Het maakt klein en verwonderd. Het maakt nederig van hart. Want wie zijn wij dat de Heere wilde omzien naar ons. Ons Zijn genade bewees en bewijst. Steeds opnieuw. Terwijl er zovelen zijn die zich blijvend verharden en nooit komen tot het belijden van hun eigen schuld. | ||
![]() |
||
|
Iederen
ontmoeting met mensen geeft je een oordeel over hen. Hetzij positief of
negatief, op de één of andere manier komen ze op deze
wijze op ons over. Houd in gedachten dat het alle mensen zijn. Gewoon
mensen. Net als jij. Een mens met goede en minder goede eigenschappen.
Ook weer net als jij. Probeer altijd iets van hen te leren. Mogelijk
hoe het moet, maar ook hoe in elk geval niet. En wordt in geen
geval ontmoedigd wanneer mensen je vertellen hoe goed ze wel zijn. Dit
getuigt zeker niet van ootmoed. Wat toch een bijzondere genade is
wanneer een gave is geschonken.
|
||
![]() |
||
| Gevoel heeft te maken met emotie. En natuurlijk is er min of meer het gemis. Het missen van diegenen waar je je mee verbonden weet. Doch waarvan je om de één of andere reden afstand nam. Verdriet om de breuk die je niet wilde maar die er uiteindelijk door jou toch is gekomen. Mogelijk omdat je op dat moment niet anders kon. Misschien moest je jezelf beschermen. Wapenen tegen een houding die je steeds meer beschadigde. De tijd zal leren hoe het verder gaat. Mogelijk is het een opluchting van twee kanten. En zal het niet meer anders worden. | ||
![]() |
||
| En dan wordt het tijd om nog meer een eigen leven te gaan leiden. Om niet langer, meer of minder, ook die ander te behagen om erbij te horen.Doch het klinkt kort en duidelijk uit je mond: ik ga ook daar niet meer in mee. In een tijd van afstand blijkt dan uiteindelijk wie echt je vrienden waren. Soms moet je zelfs zeggen: wie echt je vader of moeder is. Eigenlijk heb je het altijd wel geweten. Om de lieve vrede wil hield je vol. Maar als het genoeg is, dan is het ook echt genoeg. En de reden hoef je niemand uit te leggen. Laat ze er zelf maar achter komen. Natuurlijk is er een heel leger mensen wat met een scheef gezicht naar je kijkt. Maar hebben die ooit anders gedaan? | ||
![]() |
||
| Verlost te worden uit de handen die sterker waren dan jij. Het kan zo lijken dat je er nooit en te nimmer uit zult komen. Die klem die al van jongs af op je ligt. Een net wat groter en groter lijkt te worden. Toch is daar altijd Eén Die erboven staat. En wanneer Hij het genoeg vindt, dan is dat ook zo. Vanaf dat moment wordt het anders wanneer de Heere Zelf aan de spits treedt. En wonderen doet op wonderen horen. Zelfs in het leven wat het meest gebroken scheen. | ||
![]() |
||
| Mensen kunnen enorm beschadigd worden in het leven. Mensen kunnen al van kindsaf gevangen zitten in de klauwen van bijvoorbeeld zelfs hun ouders . Met alle gevolgen van dien. Het is een wonder wanneer men daaruit wordt verlost. Wanneer men in een min of meer langere weg een eigen leven mag gaan leiden. En nadien mag zeggen niet ten onder te zijn gegaan in de aanvallen die echt uit God niet waren. | ||
![]() |
||
| In de praktijk blijkt dan of het ooit zover zal komen. Of de liefde tot die ander en het verlangen naar die ander er is of niet. Misschien zijn er die zich achter van alles en nog wat blijven verschuilen om maar niet te hoeven bukken en buigen. En, laten we eerlijk zijn, er is altijd wel wat om die ander van je af te houden. | ||
![]() |
||
| In een relatie moet dit van twee kanten komen wil een contact wat misschien jaren onder druk heeft gestaan hersteld worden. Het is dan een van twee kanten een als het ware bukken voor elkaar. Geen oude koeien uit de sloot halen maar met de geschonken genade opnieuw beginnen. Het wordt nooit zoals het was. Het wordt anders, maar in die weg altijd beter. | ||
![]() |
||
| In een weg van naar jezelf kijken wordt alles anders. In die weg word je gemakkelijker voor een ander. Uit onszelf zullen we zover nooit komen. Het is genade wanneer je de strijd tegen die ander op mag geven. Het zal zo zijn gevolgen hebben in de relaties voortaan. Niet langer ben jij degene die wil winnen. Maar je zoekt als het ware de band van liefde met elkaar. | ||
![]() |
||
| Doch daaraan komt een eind. Want een ander voorspiegelen dan je bent houd je niet vol. En dan is het de weg van slimheid om een ander de schuld te geven als het niet meer wil. Het ligt als altijd aan dit of dat. Aan die of die. Doch om nu zover te komen in een zeggen: dit alles is nu mijn eigen schuld. | ||
![]() |
||
| Veel angsten hebben ook te maken met het geweten. Een geweten wat spreekt. Gelukkig als het nog spreekt. Dan kan er iets gaan veranderen. Anderen leven er overheen. Op de één of andere manier. En niet sporadisch in een heel overdreven gedrag. Alsof je je bewijzen wilt. Zo worden er bijzondere dingen gedaan om maar te laten zien wie je bent in positieve zin. | ||
![]() |
||
| Bang worden. Bevreesd zijn. Het zijn dingen die bij mensen horen. Natuurlijk elk ook in min of meerdere mate. Wat met zoveel dingen te maken heeft. Het is goede pastorale zorg die mensen de juiste weg wijst. Je hoeft niet bang te zijn. De Heere wil er altijd bij zijn. Zie op Hem. Vertrouw op Hem. En nooit, nee nooit zal je beschaamd uitkomen. | ||
![]() |
||
| Het is de praktijk dat je mensen in bepaalde gevallen het meest helpt door ze niet te helpen. Het klinkt misschien vreemd of wreed. Maar als niets heeft geholpen, dan moeten ze het zelf maar eens uitzoeken. Het heeft immers geen zin parels voor de zwijnen te gooien. Afstand nemen kan zelfs een opluchting zijn. De pijn en het verdriet wat altijd werd gevoeld wordt niet meer gevoed. En vanuit die afstand komt er een geheel andere en misschien wel verfrisde kijk op een situatie waar je mee was verweven. Of die afstand ook diegenen goed zal doen die het beter weet of wist, dat zal de tijd leren. | ||
![]() |
||
| Zo
worden gesproken woorden in de praktijk van het leven getoetst. Mensen
die spreken over lijdzaamheid en in de praktijk overal tegenin gaan en
een eigen weg verkiezen. Daarbij nog velen meeslepen, die ook niet de
weg gaan die deskundigen wijzen. Maar een in hun ogen helpende hand
bieden. Kort door de bocht en zonder navraag lopen ze mee.
Kortom, ze weten het allen beter. Ik vraag me af wat de inhoud is van datgene wat werd besproken. De verdrukking werkt lijdzaamheid. Zo klonk het toch? Maar er is in het verdere niets, maar dan ook niets van te zien. Is een volgende afbrekende weg nodig om het toch te leren? Of wordt het een voorgoed doodlopend pad? De tijd zal het leren. |
||
![]() |
||
| De zorg van de Heere voor Zijn kinderen gaat verder dan wie dan ook zou kunnen denken. De Heere zorgt tot voor het kleinste ding in ons leven. Of het nu de verkoop is van onze woning of een contactlens die we kwijt zijn geraakt. Hij draagt er zorg voor wanneer we Hem er om vragen dit alles voor Zijn rekening te nemen. Dit houdt niet in dat we roekeloos Hem de zorg van alle dingen in handen mogen geven. Dat, wanneer het mis gaat, het de schuld is van de Heere. We hebben ons verstand gekregen en dat dienen we in alles te gebruiken. De Heere Zelf leerde ons immers bidden: En leidt ons niet in verzoeking. Zo mag een klein kind niet op ijs wat niet sterk genoeg is. Hij kan erdoor zakken en verdrinken. Dit door eigen schuld. En zo moet ook een oudere de weg gaan van de verzorging wanneer hij of zij voor zichzelf niet meer kan zorgen. Het zijn niet altijd de gemakkelijkste wegen. Doch wanneer de Heere de weg die gegaan moet worden in het hart legt, gaat het vanzelf. Het wordt geleerd in de weg van de lijdzaamheid. | ||
![]() |
||
| En
waar kan je nu het meest van leren. Van andere mensen. Door naar hen te
kijken, te luisteren, op te merken en dit alles te overdenken. Of het
nu een predikant is of de buurvrouw die naar geen kerk gaat. Door het
alles te toetsen aan het Woord. Maar ook aan je eigen leven. Het is dus
alles te leren in de praktijk van het leven van alle dag. In de
wetenschap dat het de Heere is Die alles bestuurt. Ook voor en in eigen
leven. Het zo maakt dat we weer dat ontvangen wat we nodig hebben. Hij
heeft daarbij Zijn eer op het oog. En het behoud van zondige mensen. |
||
![]() |
||
| Geen woorden maar daden. Het Koninkrijk van God bestaat niet uit veel gepraat. Uit het praten over bevindingen waar uiteindelijk een mens in het middelpunt staat. De Heere geeft de opdracht om vruchten voort te brengen tot geloof en bekering waardig. Paulus verkondigde direct de Christus. En in die weg gaf hij helder en duidelijk onderwijs voor de praktijk van het leven. | ||
![]() |
||
| Het zien op Jezus is een gave van God. Het wordt gewerkt door Gods Woord en door Gods Geest. En allen die tot Hem komen zal Hij Zichzelf laten zien. Vroeg of laat. Hem te kennen is het eeuwige leven. Het is de genade van de zaligheid. En het leven vanuit die genade zal nooit gaan zonder het voortbrengen van de vruchten van de Heilge Geest. De Heere stelt Zijn kinderen op de plaats die Hij wil en daar geeft Hij hen de taken in Zijn Koninkrijk. | ||
![]() |
||
| In of buiten Christus. Je bent een christen of je bent het niet. Daarbij vallen alle twijfels weg. Ziende op jezelf kan je je hele leven blijven tobben en twijfelen. Maar ziende op Hem vallen alle ophouders weg. | ||
![]() |
||
| Toch blijft altijd bij alles de grote vraag wie je bent. Een mens in of buiten Christus. Een mens met of zonder het leven van genade. Een goede boom brengt goede vrucht voort. Een kwade boom niet. De ervaring voor al Gods kinderen blijft dat het beste van onze werken nog met zonde is bevlekt. Kortom, in eigen oog zal het nooit en nooit iets worden. En toch ziet de Heere geen schuld in Jacob en geen overtreding in Zijn Israël. En zo mag een mens zijn die hij is. | ||
![]() |
||
| De Heilige Geest leert ons naar onszelf te kijken. En Hij leert ons ook iets met onszelf te doen. Hij leert ons het anders te doen. Toch blijft het moeilijk voor velen om naar zichzelf te kijken. Want geconfronteerd te worden met jezelf houdt in dat je de ander ook anders gaat zien. Op dat moment gaat er wat gebeuren. Dit kan zijn van afstand nemen tot met berouw terugkeren. Eén ding wordt in elk geval geleerd. Dat wij allen, inclusief onszelf, schuldig staan. En, misschien zonder dat we het wisten, de grootste fouten in het leven hebben gemaakt. En nog denken mensen bij het lezen van deze regels alleen aan die ander. | ||
![]() |
||
| Het kwaad spreken is niet de enige zonde die ons aan kan kleven. Wanneer we een zonde bij de naam noemden, het begeren is ook iets wat van nature in ons zit. De jaloezie die ons aan kan kleven. Dat wat die ander heeft voor onszelf ook te verlangen. Niet kunnen hebben dat die ander mogelijk iets meer heeft dan wij. Hetzij in materieel opzicht of in een gave die uitblinkt boven dat wat we zelf bezitten. Het begeren kan uitgroeien tot haat. En vanuit die haat is niet zelden iemand van onze naaste geestelijk of lichamelijk mishandeld. | ||
![]() |
||
| Het is van belang in alle dingen in het Koninkrijk van God ook een geheel eigen mening te hebben en te houden. Het is herkenbaar dat velen maar met de rest meepraten om goede vriendjes te blijven. Als we in het nieuwe jaar ons voornemen geen kwaad meer van anderen te spreken, is het heel opmerkelijk dat we het niet volhouden. Wanneer we zelf vast zijn besloten het niet meer te doen, om de eenvoudige reden dat we hebben ingezien dat het niet naar Gods gebod is, een ander trekt ons, eer we het in de gaten hebben, weer mee in die gewoonte. Een gewoonte die zonder meer zonde is. En zo het blijkt een boezemzonde. We kunnen vaak niet meer anders. Om de eenvoudige reden dat we in dat stramien zitten. | ||
![]() |
||
| Mensenkennis is iets wat we pas krijgen als we onszelf hebben leren kennen. Het doen en laten van mensen doorzien is een gave. Velen zien niet wat ze doen of wat ze zeggen. Hoe ze zich presenteren. Wat ze openbaren in hun zijn. Er is gebrek aan zelfkennis. Aan het kijken naar zichzelf. Een voorbeeld waarin mensen zich laten kennen is de jaloezie. Wat is jaloezie. Wanneer ben je jaloers. Zie je van jezelf dat je jaloers bent. Wat is de reden en is dit terecht. Maar veel belangrijker is hoe je ermee omgaat. Kan je jezelf wegcijferen en die ander gunnen wat ze in jouw ogen meer dan jij ontvangen. Of moet je er tussenkomen uit jaloezie en laten merken dat je het voelt als staande op de tweede plaats. Misschien met de bedoeling die ander ook nog een schuldgevoel te geven. Het is niet anders dan een onhebbelijkheid en dus zonde. En het getuigt niet van liefde tot een ander maar alleen van de liefde tot jezelf. Wie is aangeraakt door Gods Geest leert wat zelfkennis is. En in zelfkennis ligt altijd een wegcijferen van jezelf en gunning naar een ander. Het eerst wat geleerd wordt is de liefde. Wat openbaar komt in de vruchten. | ||
![]() |
||
| De Heere rijdt altijd door vlakke velden. Hij gaat in kromme wegen niet mee. Het wonder van de wonderen van de Heere is op te merken bij jezelf en anderen. Zijn zegeningen geeft hij altijd en overal waar Zijn vreze wordt gevonden. Waar de liefde wordt ervaren. Want waar de liefde woont, daar wordt Zijn heil verkregen. Er kunnen donkere tijden in het leven van de kinderen van God komen. Of, anders, in ieders leven zijn ze er kortere of langere tijd. Maar na elk zure geeft de Heere weer een tijd van het zoet. Dat zijn de oases in het leven om te genieten van al dat gene wat de Heere weer schenkt in die tijden. In een terugkijken op de moeilijke periodes. Waarin weer het één en ander moest , of moet ik zeggen mocht, worden geleerd. | ||
![]() |
||
| Het voelt aan als een een zalf die zijn werk doet. Geen pijn te ervaren van alles wat er in het leven gebeurde. Geen verdriet om datgene wat mensen al of niet bewust je aandeden. De genade van de genezing van al die wonden is zo bijzonder dat er niets, maar dan ook niets tussenstaat wie dan ook tegemoet te treden. In die rust en vrede is plaats en ruimte om te eten en te drinken van het Woord wat tot je komt. Niet alleen op de zondag. Maar op elke dag van de week. | ||
![]() |
||
| Het is maar goed dat overal Eén boven staat. De Heere slaat alles gade. Hij huilt met allen die in moeite en smart verkeren. Maar die met hun nood en ellende tot Hem komen redt Hij uit die nood. Op Zijn tijd en wijze. Ze zien Zijn gunst oneindig groot. Het kan jaren duren, maar er komt altijd een tijd van het wonder van genade. Zo werd Jozef uit de gevangenis gehaald. Zo werd bij Abram een kind geboren. En zo zien allen die het van Hem verwachten de vervulling van de beloftes in hun leven. | ||
![]() |
||
| Predikanten die de preekstoel als een steekstoel gebruiken. Om de eenvoudige reden mensen proberen te treffen. Ik heb de uitspraken gehoord bij het Heilig Avondmaal wat gehouden werd. Nog vraag ik me af wat de desbetreffende predikant bedoelde met de opmerking dat de hel onder de Avondmaalstafel brandt. Met de opmerking dat er geen vrouwen met korte haren mogen komen omdat het hoeren zijn. Zegt de Heere niet dat allen die vermoeid en belast zijn mogen komen? | ||
![]() |
||
| Ooit
werd het van de kansel geschreeuwd. Met de deuren smijten is vloeken.
Boos zijn is een grote zonde. Diep stond het in mijn ziel gegrift. En
op elke emotie van die orde werd ik een levenlang afgerekend. Van
buiten. Een schuldgevoel van binnen bovendien. Doch welk een zuivering
van de ziel geeft het wanneer je deze emotie in je voelt opkomen en met
een gerust geweten toelaat. Om de eenvoudige reden dat een dergelijke
handelwijze van mensen in je leven echt Gods wil niet is geweest. Welk
een genezing van de wond die mensen je hebben toegebracht. Bewust of
onbewust. Na mijn boosheid kwamen de tranen. Een tijd van huilen waarvan ik de oorzaak niet kon plaatsen. Ik was letterlijk en figuurlijk gebroken. Niet langer hoefde ik te strijden. Mezelf te verdedigen. Ik mocht boos zijn. Daarom mocht ik boos zijn. Ik mocht ook huilen. Doch toen ook die vloed was gestild kwam de rust. Het wonderlijke was dat de boosheid die zo plots was opgekomen geheel was geweken. Een mildheid daarvoor was in die plaats gekomen. Geen wrok en geen wrevel. Er was het gebed voor hen die me zoveel pijn hadden gedaan. En het zien van de gevolge in een positief licht. Mensen hadden me kwaad willen doen. Het tegendeel had die wil uitgewerkt. Het was nu eenmaal zo gegaan in het leven. In mijn leven. Ja, het moest zo gaan. Of, nog anders, het mocht zo gaan. Om me te trekken uit een web van mensen die in hun doen en laten niet anders schenen te doen te hebben dan een medemens geestelijk te mishandelen. Te verachten. Niet de moeite waard te vinden om mee om te gaan. Mensen die hun medemens wisten te bewegen tot een handelwijze die hen aangenaam was. In hun straatje paste. |
||
![]() |
||
|
Woest
was ik. Ik was kwaad. Een boosheid die ik me niet kon herinneren ooit
te hebben
gehad. Waar gevoelens van verdriet en pijn, van onmacht en het niet
meer te
weten hoe het ooit goed zou komen me bekend waren. Geleden had ik.
Jaren en
jaren geleefd in een wereld die me beheerste. Me leidde. Me de weg wees
die ik
van mezelf wel moest gaan. Om de eenvoudige reden dat het van me werd
verwacht.
Zo moest het en die kant op. Natuurlijk was het een vrucht van het
verleden.
Een gevolg van milieu en opvoeding. Van het je bevinden in een bepaalde
groep
mensen. Die zich afsloot voor alles en iedereen wat aan de denkwijze
van hen
niet voldeed. Ik leefde erin. Net als Jan Siebelink en Franca Treur.
Het
overkwam me in mijn jeugd. Terwijl je niet beter wist dat het zo
hoorde. Het
leefde verder bij het ouder worden. Een puberteit als zodanig kende ik
niet. Lief en
onderdanig en vooral verdraagzaam was
ik in de weg die ik ging. Zo hoorde het immers. |
||
![]() |
||
| We leven vandaag en nu. Wat doen we vandaag? Waar houden we ons mee bezig? Wat is de toegevoegde waarde van datgene wat we verrichten. Of van datgene wat we nalaten. Kortom, leven wij tot eer van God? | ||
![]() |
||
| Uit onszelf zullen we niets doen ter ere van God. Dat kan alleen wanneer de Heilige Geest de liefde tot Hem in ons hart heeft gelegd. Uit onszelf zijn we eerzoekers van onszelf. We zoeken onszelf te behagen. En hebben daanaast liefst dat anderen ons behagen. Wat mensen van ons zeggen is belangrijk. Hoe ze ons vinden geldt. De Heere leert ons door Zijn Heilige Geest het leven aan de Heere te geven. Te leven tot eer van Hem op de plaats waar de Heere ons heeft gesteld. Geen grote dingen te zoeken. Te zien dat we slechts even hier zijn. Dat de tijd geleend is. Om tot zaligheid te komen. En dat we eenmaal verantwoording af moeten leggen van ons leven. Hoe danig is uw leven? | ||
![]() |
||
| Bewust leven is niet zo gemakkelijk. Hoe snel worden we meegenomen in een sleur. En we gaan steeds sneller en denken nergens meer bij na. Maar als er staat dat we alles wat we doen ter ere van God moeten doen, hoe zit dat dan? Neem nu de dag die achter ligt. Wat deden we ter ere van Hem? Of was het alles maar een doen uit gewoonte. Omdat het nu eenmaal moet. Of misschien toch dat ene bezoekje wat we brachten bij die eenzame oom of tante.......... | ||
![]() |
||
| Geloof je in toeval? Of is het in jouw leven zo dat de Heere alles, maar dan ook alles bestuurt. Geen toevallige ontmoetingen. Geen toevallige preken. Geen toevallige weersomstandigheden. Kortom, de Heere heeft je elk moment iets te zeggen. Hij vraagt wat van je. Hij spreekt tot je. De grote vraag is of je dit in je leven toelaat. Of, anders, laat je de Heere zo in je leven toe? | ||
![]() |
||
| Bij alles is het het voornaamste je af te vragen van wie jouw jleven is. Wie neemt daar de eerste en de hoogste plaats in. Doe je wat je zelf denkt dat goed is, of blijft altijd voorop staan dat wat de Heere wil dat je doet. Heb je Hem lief boven alles? Heb je je naaste lief als jezelf? Of staat je eigen eer en roem bovenaan? Zoek je steeds hoger op de maatschappelijke ladder te komen? Moet alles en iedereen zich naar jou voegen? Rekening met je houden? Agenda's aanpassen? Neem je een dienende plaats in? Of wil je graag gediend worden. Geëerd en geprezen. | ||
![]() |
||
| Om Zijn stem te horen en te verstaan is het gebed onmisbaar. Het aanroepen van Hem. Om te vragen wat de weg is die Hij wil dat we gaan. Nooit laat de Heere een bidder staan. Hij geeft antwoord. Al kan het soms even duren. | ||
![]() |
||
| Die liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten. Bezig zijn in de dienst van de Heere, wat kan het moeilijk zijn. Maar spijt krijg je er nooit van. Het kan soms zijn dat je moe of moedeloos neerligt. Maar juist dan is het de Heere Die op Zijn tijd en wijze nieuwe moed en krachten geeft. Om de weg verder te gaan. | ||
![]() |
||
| Als je naar jezelf kijkt, kijk dan eens of je geen onderscheid van persoon maakt. Bezoek je allen die het moeilijk hebben, of alleen zij waar je beter van wordt? Stuur je allen een kaartje of alleen hen die aardig tegen je doen? En zo kan ik nog doorgaan.........MAAK GEEN ONDERSCHEID DES PERSOONS!! | ||
![]() |
||
| En zo is het goed om altijd maar bij jezelf te blijven. Want het leven der genade houdt niet op bij een eenmalige omkeer in het leven. Het moet verder. Ja, de pijl LIGT verder. | ||
![]() |
||
| Het is bijzonder hoe dikwijls voorbij wordt gegaan aan het WONDER wat in het leven gebeurt wanneer een mens aangeraakt wordt door Gods Heilige Geest. De gestalte: Waarom was dat op MIJ gemunt. Daar zovelen gaan verloren die Gij geen ontferming gunt. | ||
![]() |
||
| Het ontdekkend werk van Gods Heilige Geest is aan het geestelijk leven met de Heere onlosmakelijk verbonden. De vragen wie we zijn en wat we doen onuitwisbaar. Schuld en tekort een kenmerk van genade. Het innemen van de plaats die de Heere wijst is aan de orde. En al wie zich boven een ander zoekt te verheffen is niet op zijn plaats. Het leven met de Heere vraagt niet alleen de zondag of een avond in de week. Leven met de Heere gaat het gehele leven en de totale mens aan. | ||
![]() |
||
| Eén ding is zeker. De Heere zet Zijn engelen rond Zijn kinderen. Wie of wat hen ook benauwt, ze zullen altijd de overhand verkrijgen. Na een tijd van verdriet en pijn zal er ook weer een tijd komen van genieten en zich verblijden in de Heere. Geen van Gods kinderen laat zich dit moment aanpraten. Slechts wanneer ze zelf de Heere zien zullen ze juichen. En dat neemt dan niemand hen af. | ||
![]() |
||
| De rechtvaardigen in zichzelf doen alles goed. Ze hebben altijd commentaar op een ander. Daarbij hebben ze niet in de gaten hoe kwetsbaar ze zichzelf opstellen. Want wie nu altijd alleen maar ziet welke puinhoop een ander er van maakt, die ziet niet hoe anderen naar hen kijken. Met een vragende blik. Of ze nu echt niet zien wie ze zelf zijn. Hoe ze zichzelf presenteren. | ||
![]() |
||
| Het wonderljke is dat de Heere de rechtvaardigen in zichzelf niet eens ziet staan. Zij hebben immers de bekering niet nodig. Zij zien de kleintjes in de genade niet staan. Ze zien alleen zichzelf. Ze kijken alleen naar datgene wat ze voor hun bekering houden. Wat brengt het toch een breuken in dit leven. In gezinnen en families. Breuken waarvan ze nooit de oorzaak bij zichzelf zoeken. Het is om kort gezegd vaak de vroomheid die bij hun bekering hoort. | ||
![]() |
||
| Je komt er echter zo snel weer achter dat je altijd maar weer zelf aan het werk wilt gaan. De zelfredzaamheid zit er zo ingebakken. Je lege en opgeheven handen naar de hemel opheffen is iets wat we maar moeilijk kunnen volbrengen. We zoeken naar bijzondere dingen. Terwijl we de dagelijkse zegeningen zo vaak over het hoofd zien. Daar komt dan de ontevredenheid uit voort. De oorzaak van alles is en blijft de hoogmoed. We kunnen het vaak maar moeilijk vinden in de weg die ons wordt voorgehouden. We houden het zo graag zelf in onze hand. Het is heel bijzonder dat de meest rechtse kringen hier de grootste moeite mee hebben. Ze voelen zich meer, beter, groter en anders dan de rest. Dus is de Heere aan hen vast meer verplicht. | ||
![]() |
||
| Het is een lange weg om te leren dat je het roer van je levensscheepje uit handen moet geven. Het is een lange weg om het niet van jezelf maar van de Heere alleen te verwachten. Wanneer je het zelf niet meer weet is er plaats voor de Heere om Zijn beloftes ook in jouw leven waar te maken. Het kunnen beloftes zijn die er al jaren en jaren liggen. Beloftes die je als het ware zelf wel zou bevestigen. Omdat de vervulling maar uit zou blijven zo denk je. Maar zo liggen de dingen niet. Hij Die belooft is getrouw Die het ook doen zal. Op Zijn tijd en op Zijn wijze. Wat geeft dat een rust. | ||
![]() |
||
| Het is soms zo vreemd. Zo wonderlijk. Wat moet je toch veel leren in je leven. Je zoekt de liefde van hen die je zo na aan het hart liggen. Je krijgt het niet. Alles doe je ervoor om het te bewerkstelligen. Een lange weg te gaan om het op te geven. Menend alleen over te blijven. Jezelf het moment nog te herinneren waarop je het uitriep: Nu heb ik helemaal niets meer. En dan, door een Godswonder, in een geheel ander leven te zien wat je krijgt. Dingen waar je niets voor hoeft te doen. Jezelf te mogen zijn. Alleen je handen op te houden en je zegeningen te tellen. | ||
![]() |
||
| Misschien moet je beter naar jezelf gaan kijken. Hoe komt het dat de situatie zo in je leven is. Heb je er dan zelf helemaal geen schuld aan? Heb je dan alles in je leven goed gedaan? Was er alleen die allesoverheersende liefde tot die ander? Die jezelf wegcijferde? Misschien heb je gewoon geen zin om naar jezelf te kijken. Misschien vind je het veiliger om het maar te laten zo het is. Bang om zelf af te glijden van de hoogte waarop je je hebt neergezet of hebt laten zetten. Hoelang nog? Tot de Heere je tegenkomt? | ||
![]() |
||
| Iedereen heeft wel eens meegemaakt wat hem door mensen werd aangedaan. Je bent erdoor geraakt, gekwetst. Ze hebben je pijn gedaan. In eigen oog heb je het niet verdiend. Het is menselijk om het kwaad met kwaad te vergelden. Maar de Heere leert het mensen niet. Hij zegt: Doe goed aan hen die je kwaad doen. Vergeef hen die je schuldig zijn. Ja, Hij leert om zeventig maal zeven maal te vergeven. Voor de één ligt dit gemakkelijker dan voor de ander. Maar wanneer de Heere in het leven komt, het wordt door Zijn Woord en Geest vroeg of laat geleerd.En zeg nu zelf: geeft die onverbiddelijke houding je vrede en vreugde? | ||
![]() |
||
|
Een krachtige hand moet je
trekken uit een web waarin je vastgeraakt
bent krachtens je geboorte. Anders zal je er nooit, nee nooit eruit
loskomen. Ik denk daar
zo vaak aan. Als dit wonder van losmaken niet was gebeurd in mijn eigen
leven!
In mijn reis door kerkelijk nederland vraag ik me af wat de godsdienst is van de mensen die ik achter liet. Mensen die verstrikt in duizend eigengemaakte of misschien opgelegde wetjes niet durven leven. Die niet anders proberen dan met die wetten God en hun naaste te behagen. Oordelend en veroordelend diegenen die met hen niet op reis willen. Maar geen enkele liefde kennen tot de mensen in hun omgeving. Liefde, wat toch de eerste vrucht van genade is. Geen liefde tot mensen die eenzaam en alleen hun weg gaan. Ja zich vroeg of laat scharen bij de grote menigte. Tegen hen......... en uiteindelijk hen het leven nog moeilijker te maken. Ik weet wel dat de Heere dit Zijn kinderen niet leert. Hij, Die juist het voorbeeld gaf om het zwakke, het verachte, de eenzame op te rapen. Ik heb gezien dat Hij Dezelfde is gebleven. Die niemand wil hebben, die is voor Hem waardevol. |
||
![]() |
||
| Wanneer
ga je mensen ontwijken. Wanneer wil je mensen niet ontmoeten.
Wanneer wil je mensen niet meer spreken. Je bent een weg
ingeslagen waarin je denkt boven de handelwijze van mensen te
staan door hen te mijden. Zo denk je hen te kwetsen. Pijn te doen.
Terug te slaan. Je voelt je beter. Anders. Je wilt eenvoudig gezegd
niets meer met hen te maken hebben. De Heere wil je leren op een andere wijze boven deze in jouw ogen verkeerde handelwijze van mensen te staan. Je hoeft je immers niet te schamen voor hen. Je hoeft hen niet te ontwijken. Je hebt het naar eer en geweten gedaan. Eerlijk en oprecht. Wanneer je houding die kant opgaat verandert er veel. Op dat moment zie je dat mensen geen raad meer weten met jouw veranderde houding. Ze zoeken zich nog te rechtvaardigen in hun gedrag. Maar zullen zeker in gaan zien dat het spel uit is. |
||
![]() |
||
| Je kunt opgroeien in een milieu waar veel aandacht wordt geschonken aan allerlei wetjes. Eigengemaakte wetjes. Dit mag niet en dat moet je zeker doen. Altijd loopt je met schuld en tekort. En zalig worden is onmogelijk. Want niemand kan voldoen aan de eisen van die regels. Wanneer je het ene tegen de regels in laat en het andere toch doet, je wordt ten alle tijde veroordeeld. En zult zeker verloren gaan. Ten alle tijde is er wel wat aan te merken op je gedrag. En dat meest door mensen die nog nooit hebben geleerd naar zichzelf te kijken. Die in eigen oog zo volmaakt zich houden aan datgene wat de Heere volgens hen van mensen vraagt. Nooit hebben ze geleerd dat de hoofdsom van de wet de liefde is. Dat liefde een persoonlijke zaak van het hart is. Waardoor de geboden van de Heere nooit zwaar zijn. Uit dankbaarheid wordt in een liefdedienst gehoor gegeven aan datgene wat de Heere vraagt. Dat liefde genade is voor de grootste van de zondaren. En wie zichzelf leert kennen als zo'n groot beest bij de Heere ziet in anderen meer lichtpuntjes dan in zichzelf. | ||
![]() |
||
| Het kan je zo opeens overvallen. Een gevoel van mismoedigheid. Je ziet alles wat je mist en je ziet geen enkele weg meer om te gaan. Je raakt al denkende in een negatieve spiraal. Je hebt nergens zin meer en wilt als Elia het opgeven. Het hoeft voor jou niet meer. De Heere weet ook van deze sombere gemoedsgesteldheid. Hij zal het zo maken dat Hij straks ook in deze aan Zijn eer komt. Op Zijn tijd grijpt Hij op Zijn wijze in. Hij zal immers de val van de Zijnen niet gedogen. Ook niet in een zeer moedeloos zijn. Daar gebruikt Hij dan Zijn engelen voor. Het kan zomaar een woord zijn wat gesproken wordt. Een preek die beluisterd werd. De nevels klaren op. Met schuld en tekort kom je uit de put van het medelijden hebben met jezelf. De diepte waarin je alleen op het verleden en de omstandigheden daardoor kijkt. Op datgene wat je moet missen. Wat heb je de Heere tekort gedaan in je overdenkingen. In je klagen en je zuchten. Is Hij het niet Die je tot nu toe heeft gedragen door de meest moeilijke omstandigheden? Is Hij het niet die je ook nu weer droeg. Die je weer zoveel geeft dat je de weg kan vervolgen. | ||
![]() |
||
|
Het
is de toon die de muziek maakt. Heerlijk
is het om met
elkaar een dialoog te voeren. Eerlijk gezegd: Ik doe niet liever.
Luisteren
naar dat wat die ander te zeggen heeft. Natuurlijk hoef ik het daar
niet mee
eens te zijn. Wat zou het eentonig zijn als we allen hetzelfde te
zeggen hadden.
Juist het verschillend zijn van gedachten is boeiend. Het is dan de
kunst om
dat wat samenbindt eruit te halen. Het mooiste is wanneer er wat aan
toegevoegd
kan worden. Nogmaals, het is heel rijk om van gedachten met elkaar te
wisselen.
Ik krijg wat van jou. En jij wat van mij. Wanneer je je er in verdiept,
wat kan
je veel van elkaar leren. Nogmaals, ik zei het al: je moet beginnen met
te
luisteren naar elkaar. Voor velen is dat nog niet zo gemakkelijk. Ze
hebben hun
stelling weergegeven en dulden geen tegenspraak. Wat ze te berde
brachten is
zo. Punt uit. Maar luister nu eens. Luister dan nu eens voor de eerste
keer.
Spring nu niet direct als een bok op de haverkist om al je grieven
eruit te
gooien. Trouwens, soms is dat zo gek nog niet. Want juist dan weet die
ander de
vinger misschien direct op de zere plek te leggen. Het was hem of haar
zo
duidelijk. Daar wringt de schoen. Tja,
wie de schoen past
trekke hem aan. Een spreekwoord wat hier dacht ik wel op zijn plaats
is.
Trouwens, is dat niet bij alle beschouwingen die confronterend zijn.
Maar ik
zal je wat leren. Wanneer die ander wat zegt wat je niet aanstaat, tel
dan
eerst eens tot tien. Natuurlijk mag je direct in de pen klimmen. Vaak
lucht dat
heerlijk op. Maar lees het nu nog eens over. Sla het eens even op in je
concepten voor je het verstuurt. Of, voor je je mond opendoet. Je weet
het
toch? De soep en de temperatuur. Luister
nu eens even verder.
Lees nu eerst nog eens wat je schreef. En denk dan eens aan wat ik je
nu
aanreik. Het is de toon die de muziek maakt. Weet je niet wat dat
betekent? Dan
zal ik het je uitleggen. Als je met elkaar een dialoog aangaat, dan
moet je
proberen netjes te verwoorden wat je wilt zeggen. Geef niet in een
verwijtende
toon een reactie. Dat bouwt niet op. Dat breekt af. Niet die ander.
Maar het
zegt wat van jezelf. Je zit waarschijnlijk niet lekker in je vel. Of
moet ik
het anders zeggen: Je zat waarschijnlijk niet lekker in je vel. Want,
ik zie
het aan je, je schaamt je. Je schaamt je om datgene wat je schreef. Om
datgene
wat je wilde zeggen. Je dacht daarmee hetgeen die ander te berde bracht
uit te
wissen. Af te keuren. In een bepaald daglicht te stellen. Maar nu zie
je, het
heeft het averechtse uitgewerkt. Nee
hoor, ik ben niet boos
op je. En ik praat graag verder met je. Ik had eigenlijk heel erg met
je te
doen. Ik had eigenlijk medelijden met je. Daarom mijn antwoord in het
dialoog
wat jij begon. En
als je het niet doet, dan
is er misschien een ander die er wel zijn nut mee doet. |
||
![]() |
||
|
Ik
zelfbewust. Je
kunt het wel honderd keer
zeggen. Wel duizend maal naast je neerleggen. Maar de grote vraag bij
alles wat
je doet blijft onuitwisbaar. Waarom doe je dat nu? Wat heeft het voor
zin. Wat
wil je bereiken. Wie wil je treffen. Of helpen. Heb je een doel bij
datgene wat
je deed. Is
het niet zo dat alles als
oorzaak je gevoel heeft. Je had zo’n akelig gevoel. Je had er
een goed gevoel
bij. Om al die gevoelens kwam het voort. Maar nu vraag ik je: heeft het
je wat
opgeleverd. Heb je door datgene wat je uitvoerde een kick gekregen? Is
datgene
wat zo goed of akelig voelde weg? Of denk je al helemaal niet meer aan
wat je
deed. Je deed het dus onbewust. Net zoals je alles onbewust deed. En
waarschijnlijk ook in de toekomst zo zal doen. Kortom, je denkt niet
na. Je
denkt nooit na. Je doet het gewoon. En de gevolgen? Ook daarbij denk je
niet
na. Ja, soms verwacht je de ander te helpen. Of juist te treffen. Zoals
je
dacht zal het wel zijn. Maar is dit ook zo. Blijkt het in de praktijk
datgene
uitgewerkt te hebben wat je beoogde. Heb je de ander ook daadwerkelijk
een
handreiking gedaan. Is het zo dat jij je naaste hebt gekwetst. Geraakt
omdat
dat je gevoel ten goede kwam. Want, wees maar eerlijk, je was zelf
geraakt. Je
voelde je de mindere. Het slachtoffer. En wat je nu ondoordacht
beantwoordde,
dat moest dan de weegschaal weer naar de andere kant doen uitslaan. Zo
dacht
je. En zo denk je misschien nog. Maar ga het nu eens vragen. Trek nu de
stoute
schoenen eens aan. Ga naar je rivaal en stel hem of haar de vraag. Hoe
voelde
hetgeen ik deed. Lach er maar triomfantelijk bij. Want zo voel jij je. Toch? Denk
nu eens na. Is het wel
altijd zo zoals je denkt. Is het wel zo dat die ander denkt wat jij
denkt. Dat
die ander voelt wat jij denkt dat hij of zij voelt. Is het wel zo dat
jouw
gevoel klopt. Dat jouw gevoel je de goede weg heeft gewezen. Ik zal je
zeggen
dat niets zo bedrieglijk is als je gevoel. Daar kijk je van op he. Maar
ik
herhaal het nog eens: Niets is zo bedrieglijk als je gevoel. Heb je
daar wel
eens aan gedacht? Dan komt het alles wel heel dichtbij je he. Want dan
moet je
dus naar jezelf kijken en niet langer naar een ander. Ik
weet dat het heel
bedreigend is. Kijken naar jezelf. En jezelf dan vragen stellen. Wie
ben ik.
Wat doe ik. Waarom deed ik het. Wat denk ik wat hetgeen ik doe met
mezelf zal
doen. Wat verwacht ik dat het met die ander doet. Kijk naar jezelf.
Schrik je
nu van jezelf? Dat is niet erg. Het was te hopen dat meerderen naar
zichzelf
keken. Alleen, dat doen ze van zichzelf niet. Ik schreef het al: Dat is
te
bedreigend. Want een klein stemmetje heeft al gezegd dat wanneer je dit
doet,
er van jezelf niets over zal blijven. En koste wat kost, dat moet je
zien te
voorkomen. Ik
kan je zeggen dat het een
stemmetje is wat je het zwijgen moet zien op te leggen. Kijk naar
jezelf. En
stel jezelf de vragen die ik hierboven voor je beschreef. |
||
![]() |
||
|
EEN CRUCIALE VRAAG
Even
vielen haar ogen dicht.
Het leek alsof de cruciale vraag weer in haar opwelde. Verder? Terug?
Maar
niets uit dat wat ze achter had gelaten trok haar. Ze was uitgevochten.
De
strijdbijl was begraven. Het was voorbij. Voorbij. Nooit, nee nooit zou
ze daar
één stap meer zetten. Een zucht van verlichting
ontsnapte. Nee, de weg terug
was het niet. Als
uit een ver land klonken
de geluiden die horen bij het stationsleven. Schreeuwende moeders die
de
kinderen bij zich probeerden te houden. Een schel geluid van de fluit
van een
conducteur op het andere perron gaf aan dat zijn trein ging vertrekken.
Vaag
drong het tot haar door waar ze zich bevond. Ze
was gegaan. Na veel strijd, na veel overdenking
had ze de stap gewaagd. Ze had zich niets aangetrokken van allen die
haar met
raad en daad bij wilden staan. Niet even. Maar al een heel leven. Twee
handen
wrongen zich samen terwijl ze de stemmen nog door elkaar hoorde gaan.
Geluiden
als: Die kant op. Nee, deze. Ik had het je toch gezegd. Je luistert
niet.
Dominante mensen, leerde ze begrijpen. Akelig belerend en het altijd
beter
wetend. Ze had zich gevoeld als gevangen in het web van een grote spin.
Ze had
het geweten. Nooit, nee nooit zou ze daaruit verlost kunnen worden.
Duizend
draden hielden haar vast. Zorgden ervoor dat ze gevangen was. En
bovenal
gevangen bleef. Toch
was daar dat hele
kleine vlammetje in haar gebleven. Een vuurtje, zo klein dat je met het
blote
oog dit haast niet kon zien. Het had gesmeuld. Vaak gedreigd uit te
gaan. Maar
altijd weer was daar die wonderlijk warme wind geweest. Die zorgde dat
wat
dreigde niet ging gebeuren. Een glimlach verscheen om haar mond. Ze was
er nog.
Ja ze was er nog. Tranen gleden over haar wangen. Er kwam nieuw leven
in die
stille gestalte die daar al meer dan tien minuten bewegingloos zat.
Haar hand
zocht in haar tas. Ze veegde met haar zakdoek haar ogen droog. Voor het
eerst
zag ze de grote kerk die pal voor het station majestueus daar stond.
Een Godsgebouw,
waar eigenlijk haar hele leven om draaide. Prachtig zoals het daar in
het
zonlicht zich toonde Onbeweeglijk vast, zo scheen het haar toe. Stenen
die voor
haar beleving riepen dat ze zich nooit iets aan zouden trekken van
hetgeen
mensen zouden zeggen of doen. Dat
gaf haar nu
juist net wat ze nodig had. |
||
![]() |
||
|
De
reis. Met
een niets ziende blik zat
ze voor het raam. Het eentonig geluid van de voortstormende trein
hoorde ze
niet. Het doel van de reis interesseerde haar niet. Daar zat ze dan. In
een
coupé tweede klas die stonk. Even had ze de mensen naast en
tegenover haar
aangekeken. Terwijl de één de Spits doorlas
voerde een ander lange gesprekken
met zijn mobieltje. Geen had aandacht getoond voor de vrouw die op het
laatste
moment de trein was binnengestapt. Ach er waren immers
zoveel die alleen op reis gingen. Er
werd niet over nagedacht. Was het geen teken van de tijd? Alles draaide
immers
om jezelf. Gaf zelfs een telefoongesprek wat gevoerd werd door een
totaal
onbekende medereizigers daar geen blijk van? Wie geneerde zich nog voor
datgene
wat hij deed of liet. Tot
de conclusie gekomen
zijnde dat ze ook hier een eenling was keek ze een totaal andere kant
op. De
trein had zich in beweging gezet. En voerde allen naar de bestemming
die voor
ogen was. Alleen een strenge conducteur die om het geldig reisbewijs
vroeg
bracht een moment van verandering in de sfeer die in de wagon heerste.
Waarop
vervolgens ieder zijn eigen bezigheid hervatte. De
vrouw die als laatste
haar plaats in de trein had ingenomen zat als geheel
ongeïnteresseerd.
Roerloos, ja geheel onbeweeglijk volgden haar ogen de beelden die langs
kwamen.
En zonder dat ze het zichzelf bewust was verkeerden haar gedachten in
het
verleden. Andere beelden kwamen haar voor. En steeds weer zag ze
zichzelf. Want
had ze niet hier gelopen? Had ze daar niet gestaan? Was haar gehele
leven tot
nog toe niet geweest als die eenzame persoon die zich nu in het
onderste
gedeelte van de nog altijd voortrazende trein bevond? Vragen rezen op.
Veel
vragen. Ze had de stap gezet. De beslissing genomen om te gaan. Ver weg
van
alles wat haar alleen verdriet en pijn had gebracht in haar leven tot
nog toe.
Teleurstellingen en onbegrip waren haar deel geweest. Ze was het zich
zo bewust
geworden in de tijd die achter lag. Gestreden had ze. Altijd weer
gevochten om
een klein beetje aandacht. Terwijl ze er aan de andere kant ook zo bang
voor
was. Want waren niet alle contacten stukgemaakt? Was het haar wel
vergund
geweest iemand tot haar vrienden te rekenen? Nee,
ze had niets te verliezen.
Wat ze achter liet was slechts een opeenstapeling van datgene wat ze
graag zo
anders had gewild. Als een verwond dier had ze het
één na het ander gedragen.
Verdragen. Lange en eenzame nachten had ze doorworsteld. Wanneer ze
opnieuw
weer de scherpe en veroordelende woorden had gehoord. Ze deugde niet.
Ze kon
niets. Ze was niets. Wat er ook uit haar hand kwam, het was bij
voorbaat
afgekeurd. Wij
naderen station G. Dit
is tevens het eindpunt van de trein. Reizigers worden verzocht uit te
stappen.
Ze zuchtte. Slikte eens. Als het ware ontwaakt en klaarwakker stond ze
op. Het
was goed. Ze zou gaan. |
||
![]() |
||
|
Mijn
weg…… Donkere
dagen kunnen je
zomaar overvallen. Dagen waarin de weg die moet worden gegaan je niet
duidelijk
is. Zo zat ik daar eenzaam en alleen op het perron. Meer dan tien
sporen telde
het station. Reizigers liepen van het ene naar het andere. Daartussen
zat ik.
Als een eenzame vrouw tussen al het gewemel van mensen. En niemand die
me
schijnbaar zag. Peinzend keek ik om me heen. Ik zag mannen, vrouwen,
kinderen
groot en klein. Lachend,
maar ook met
ernstige gezichten. Ik vroeg me af hoe hun leven er uit zou zien. Waarheen hun reis was. Wat
de dag die achter
lag hen had gebracht. Wat zou er in hen omgaan. Maar bovenal vroeg ik
me af of
zij wel eens nadachten over de zin van het leven. Zou hun leven zo van
de ene
dag in de andere glijden? Of zou daar tussen al die mensen die
schijnbaar zo
zeker van zichzelf hun eigen gang gingen nog één
zo’n tobberd lopen als ik ben.
Een mens die niet anders kan dan met de dag leven. ’s Morgens
niet wetend hoe
het ’s avonds zal zijn. Ik
keek eens op mijn
horloge. De trein naar G. heeft vertraging, hoorde ik een dame door de
luidspreker roepen. Vertraging. Nog langer de onzekerheid of ik nu wel
of niet
de bewuste trein zal nemen. Nog langer de twijfel of ik het nu doen zal
of
niet. De sprong in het diepe. Een onbekende toekomst tegemoet. Nachten
waren
voorbij gegaan. Door het opengeschoven raam zag ik de morgen steeds
komen. Het
licht wat aangaf dat er een nieuwe dag was begonnen. En nog wist ik het
niet.
Wie zou me antwoord kunnen geven op mijn vraag. De vraag die voor mij
schijnbaar van zo groot belang was geworden dat het me dag en nacht
bezighield. Vragen
hadden mijn leven zo
vaak beheerst. Hoe dikwijls had ik het bij mensen gezocht. Gevraagd wat
zij
vonden van datgene waar ik me mee bezig hield. Gaan, niet gaan.
Blijven.
Weggaan. Teruggaan. De ervaring had me geleerd dat het altijd de
verkeerde
keuze was die ik deed. De verkeerde weg die mensen me wezen.
Afhankelijk van
mensen. Was dat het wat ik de rest van mijn leven wilde zijn?
Afhankelijk? Altijd
maar in het spoor van hen die mij de weg uitstippelden? Dus
niet. Maar hoe
goedsmoeds ik deze beslissing ook had genomen. Hoe ik me ook had
voorgenomen
het voortaan zelf wel uit te zullen zoeken, ik kwam er achter dat dit
zo
eenvoudig nog niet was. Want wie was ik. Ik, die niet anders in mijn
leven deed
dan de raad van mensen opvolgen. En
daar zat ik dan. Op het
bankje van perron 7. De trein vertraging. En ik er nog steeds niet uit.
Mijn
handen vouwden zich samen. Heer wees mijn Gids snikte het in mij. Maar
dan. Waar
gij ook zult heengaan, Ik zal met u zijn. Piepend
en knerpend komt de
trein tot stilstand. Ik pak mijn koffers en stap in. |
||
![]() |
||
| 143. Hetgeen we altijd maar voor ogen moeten houden is dat de Heere niet onze goede werken maar ons hart vraagt. Het hart is datgene wat Hij aanziet. Waaruit doen we onze goede werken? Om er iets mee te worden? Of doen we het vanuit de liefde van ons hart? Om te dienen? | ||
![]() |
||
| 142. Het volledig overgeven aan de Heere is een levensles. Steeds jezelf overwinnen om Zijn wil en wet te doen. Zeker is het geen leven om maar aan je goede werken te werken. Maar een leven zonder goede werken is ook zeker geen leven met de Heere. Want Hij vraagt niet iets maar alles van ons in het gaan van de weg die Hij wijst. | ||
![]() |
||
| 141. Genade blijft mensen veranderen. Door de strijd die ze hebben worden ze milder. Dat onderscheidt hen juist van het harde en verharde hart van anderen. Hun wil wordt geknakt. Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede. Een les die heel moeilijk is en blijft. Maar uiteindelijk moet het daar wel op aan. Dan komen velen hun eigengereide karakter tegen. | ||
![]() |
||
| 140. De Heere geeft de strijd in het leven om aan Hem verbonden te worden of te bijven. Soms wordt het geloof lang beproefd voordat Hij Zich weer doet zien in Zijn Woord. Maar zo Hij vertoeft, verbeidt Hem, Hij komt zeker terug. Onverwachts en ongedacht is Hij daar blinkende. En dan kan je weer even vooruit. | ||
![]() |
||
| 139. Het volgen van de Heere geeft strijd van binnen en van buiten. En wie de strijd in minder of meerder mate in het leven niet kent mag wel bij zichzelf te rade gaan of er wel sprake is van het volgen van de Heere. | ||
![]() |
||
| 138. Ga achter Mij satanas. Het is een bevel wat Gods kinderen allen bij tijden horen. Wanneer ze een weg inslaan die niet getuigt van het dragen van Gods beeld. Die niet is naar het doen en laten, spreken en zwijgen van hun Heiland. Die als men Hem schold niet wederschold en als Hij leed niet dreigde. Maar gaf het over in de hand van Hem Die rechtvaardig oordelt. | ||
![]() |
||
| 137. In het leven krijg je veel. Hetzij voor- of tegenspoed. Het heeft te maken met mee- en tegenvallers. Wanneer je als een rechthebbend mens dingen verwacht, het valt altijd tegen. Wanneer je als een rechteloze op niets rekent, het kan nog wel eens meevallen. Wanneer je als een rechthebbend mens datgene wat je krijgt weegt, het is eigenlijk nooit goed. Wanneer je als een rechteloze de dingen nog eens overziet, het is meer dan je had mogen hopen. | ||
![]() |
||
| 136. Soms is het goed je een poos afzijdig te houden. Het zijn de tijden waarin je weer nieuw onderwijs van de Heere krijgt. Tijden waarin je je afvraagt wat je nu weer moet leren. Het kan zijn dat je met verbazing de dingen die om je heen gebeuren volgt. Je had altijd immers gedacht. Ze hadden je altijd verteld. En ga zo maar door. Oordelen, vooroordelen. Het lijkt net of je er doorheen gaat kijken. Want is het wel zo wat ze je eenvoudig gezegd hebben wijsgemaakt. | ||
![]() |
||
| 135. De oefeningen die we in dit leven krijgen brengen mensen nooit in de hoogte. Steeds opnieuw wacht een diepte om daarin te leren wachten op de Heere Zelf. Waarom die diepte. Wat heeft de Heere te zeggen. Wat wil Hij leren. Van nature proberen mensen de oefeningen te ontwijken. Men weet het immers wel. Maar het één volgt op het ander. Tot men het opgeeft. En moet leren: Het briesend paard moet eindlijk sneven. Hoe snel het draaft op het oorlogspad. Dan eerst is het de tijd voor de Heere om te spreken. De weg verder te wijzen. | ||
![]() |
||
| 134. Het is niet zo dat ons gevoel moet worden geoefend. Het is ons geloof wat in dit leven gelouterd dient te worden. Het is van belang dat we het alles van de Heere leren verwachten. Niet als mensen die het kunnen bekijken. Maar als mensen die niets zien en het toch geloven. Je volledig te leren toe te vertrouwen aan de Heere. In een wachten op Zijn hulp en bijstand. Voor tijd en eeuwigheid. In het geloof dat Hij het zal maken. Dat Hij het zal doen. Dat Hij uitkomst zal schenken. Op Zijn tijd en wijze. En dat keer op keer. Want het zal in dit leven nooit volmaakt of af zijn. Steeds weer zullen er de oefeningen in het geloof zijn. | ||
![]() |
||
| 133. Het is een les om je in het leven geheel en al te laten leiden. Te leven zwemmen in de wateren van vrije genade. Waar het water eerst tot de enkels komt, in een geleid proces leer je zwemmen. Wat je vanaf je jeugd wordt meegegeven, het lijkt zo gewoon. Er zal veel strijd zijn om een geheel andere richtig in te slaan. Het is heel zwaar wanneer je uit een ruisende kuil wordt opgehaald. Een kuil met de gedachte dat je je dood moet werken. Dat je een leven lang moet zuchten en zwoegen om uiteindelijk te weten of je nu wel of niet bij de Heere mag horen. Een leven waarin het van de ene vertwijfeling naar de andere gaat. En nooit heb je rust. Het blijft zeker een strijd om in te gaan. Maar een geheel andere dan je altijd hebt gedacht. Het is een strijd om op die smalle weg te blijven. Want door allerlei ophouders dwalen we zo gemakkelijk af. Het is zaak het oog op de Heere gericht te houden. En maar steeds te wachten op wat Hij spreekt. De weg gaan die Hij wijst. Door Woord en Geest. Daarbij voor ogen houdend dat we dagelijks struikelen. Dus nooit zonder de Heere kunnen. | ||
![]() |
||
| 132. Alles wat je ziet of hoort en wat vreemd voor je is werkt wat in je uit. Misschien eerst zelfs een weerstand. Je sluit je ervoor af. Je weet niet beter dan dat dit zonder God is. Dat het de verkeerde weg inhoudt wanneer je je daar door laat leiden. God is echter veel sterker dan het geweld. Hij breekt door Woord en Geest overal doorheen. Hier en daar worden mensen onrustig. Nee, anders, ze zoeken rust. Ze zijn erachter gekomen dat het in elk geval niet is te vinden in de godsdienst die ze al hun gehele leven aanhangen. Ziende op het handjevol zogenaamd bekeerde mensen waar ze nooit bij zullen horen. Ze gaan op zoek. En heel voorzichtig leren ze zich te laten leiden door de Heilige Geest. | ||
![]() |
||
| 131. Er kan soms zoveel op je afkomen. Dan is het goed eens even stil te staan. Even nadenken over al datgene wat je hoorde en wat misschien nieuw voor je was. Waar je misschien nooit iets van hebt willen weten, maar wat je nu zo onrustig maakt. Velen zitten bijvoorbeeld vastgeroest in een godsdienst. Misschien van kindsaf gemeend onder de Waarheid te zitten. Jezelf afgeschermd voor alles wat anders was. Dan komt er als door een wonder een interesse om er wat meer van te weten. Want, is het wel zoals altijd is voorgehouden. | ||
![]() |
||
| 130. En uiteindelijk is God dan de Rechter. En alleen Hij beslist. Mensen denken soms elkaar uit de hemel te moeten en te kunnen houden. Of, anders, zij menen het meetsnoer te hebben mensen bij Gods volk te rekenen. Zij richten hiermee vaak groot onheil aan. Twijfel bij de kleintjes in de genade. Maar anderszijds kunnen ze ook mensen met een ingebeelde hemel, zo God het niet verhoedt, de hel in doen gaan. | ||
![]() |
||
| 129. Het leeft in bepaalde kringen dat er maar weinigen in de hemel schijnen te zijn. Sommigen denken dat alleen vrouwen met een hoed op in de kerk daar komen. Of alleen zij die lid zijn van de gereformeerde gemeente. Anderen denken dat mensen die in het zwart gekleed gaan daar binnen mogen gaan. Zij die meewarig grote dingen kunnen vertellen. Het is alles uiteindelijk wat aan de kern voorbijgaat. Alleen zij die gewassen zijn in het bloed van de Heere Jezus. Zij die van de dood overgezet zijn in het leven. Wiens hart is vernieuwd. Zij die in Christus zijn geheiligd. Alleen zij ontvangen het bruiloftskleed. | ||
![]() |
||
| 128. In die weg is daar het voortdurend louteringsproces. Hen geeft Hij daarbij steeds nieuwe krachten die hopend op Hem wachten. Elke keer gehaald uit de diepte. Geleid op een rots die te hoog zou zijn. En vandaaruit is het vergezicht. Verlichte ogen van het verstand. Waarbij dan weer, ja steeds weer, eerst de liefde openbaar komt. Misschien eens wat meer aandacht voor anderen? | ||
![]() |
||
| 127. Ieder zou zijn of haar eigen weg willen bepalen. Maar de Heere bestuurt de gang. Zo komen ze allen daar waar Hij ze hebben wil. Ze gaan in wegen die mensen niet zouden kunnen bedenken. Worden allen uit Egypte geleid. Om eenmaal toebereid in het land van Kanaän aan te komen. | ||
![]() |
||
| 126. Om deze reden worden al Gods kinderen anders geleid en onderwezen. Die een roeping heeft tot predikant kan van zijn gemeenteleden niet verwachten exact hetzelfde te moeten worden geleid. Hetzelfde te moeten kunnen bespreken. Daarom is het verhaal van je bekering ook niet van belang. Het is ook niet iets om door een soort geestelijke rechtzaak te worden onderzocht. Eenvoudig: de boom zal aan de vruchten worden gekend. Ze komen in elks leven vroeg of laat openbaar. | ||
![]() |
||
| 125. De Heere heeft voor al Zijn kinderen één of meerdere taken in dit leven. Daartoe worden ze naast geroepen ook op Zijn leerschool bekwaam gemaakt. Ze zullen daar waar ze moeten zijn, niet in eigen kracht maar in afhankelijkheid van de Heere, hun taak kunnen verrichten. Hij Die U roept is getrouw, Die het ook doen zal. | ||
![]() |
||
| 124. Zo groeien al Gods kinderen van een zuigeling naar een volwassen man. Nooit zijn ze in dit leven uitgeleerd. Maar het geloof wordt geoefend, beproefd en gelouterd. Daarnaast zullen ze in een weg van heiliging duidelijk en resoluut de weg gaan die de Heere, en dus geen mens, hen wijst. | ||
![]() |
||
| 123.Dat wil niet zeggen dat de weg gemakkelijk is. Dat de bestrijders niet op de been zouden zijn. Van binnen en van buiten zijn ze actief. Er staat niet voor niets in het Woord dat wie volharden zal tot het einde zal zalig worden. Het blijft een haasten en vliegen naar de vrijstad. Als een vreemdeling op deze aarde wordt de weg gegaan. De christenreis leert dat er de ontmoetingen op de weg zijn. De ophouders en de leermeesters. De vertroosters en de bespotters. Maar uiteindelijk moet geleerd worden dat de weg alleen moet worden afgelegd. | ||
![]() |
||
| 122. Het is heel belangrijk jezelf te blijven wanneer een weg is ingeslagen. Hoe ook wordt ingespeeld op datgene wat jij doet. In de overtuiging dat het de weg is van God. Wanneer mag worden geloofd dat de weg die wordt gegaan in oprechtheid is. Je niet als door de wind heen en weer te laten drijven. Zodat je ongeloofwaardig overkomt. Als een eikenboom recht staan. En ook blijven staan. Al moet je alles in deze weg verliezen, de Heere zorgt voor vergoeding. Hij maakt dat het laatste beter is dan het eerste. | ||
![]() |
||
| 121. Standpunten worden ingenomen. En al direct blijkt hoe wordt geprobeerd deze te vertreden. Mensen zoeken hun gelijk te halen. Willen hun gezicht niet verliezen. Koste wat kost gaat men door. | ||
![]() |
||
| 120. Een nieuwe start is een nieuw begin. Het gaat gepaard met dezelfde gedachten. Met dezelfde inzichten. Je bent ook dezelfde persoon. Het vraagt echter een verandering van de mensen die tot dusver je leven vulden. Het is duidelijk: zoals het was wil je niet meer verder. | ||
![]() |
||
| 119. Dan wordt het eindelijk tijd om een nieuwe start te maken. Opnieuw te beginnen. Nee, deuren worden niet gesloten. Ze blijven openstaan. Maar alle pogingen om met het verleden opnieuw te beginnen zijn benut. Ze liepen op niets uit. Een cruciaal punt wijst niet anders aan dat wegen voorgoed scheiden. De pijn en het verdriet zullen blijven. Maar een weg terug is er niet meer. | ||
![]() |
||
| 118. Ergernissen kunnen een oorzaak zijn van een relatie die vertroebelt. Jaloezie en misgunning eveneens. Onvrede met een eigen situatie. Kortom, kijk eerst naar jezelf wanneer het samen niet meer lukt. Praktijk is echter dat juist die ander steeds maar weer onder de loep wordt genomen. Maar wij kunnen mensen niet veranderen. Mensen moeten zichzelf veranderen. En wanneer iedereen wil blijven die hij is, de acceptatie uitblijft, de relatie is verleden tijd. | ||
![]() |
||
| 117. Het is genade met mensen om te gaan. Een relatie staande te houden tussen mensen die zo geheel verschillend zijn en denken. Alleen wederzijdse liefde kan deze dingen bewerken. De bereidwilligheid met tact en wijsheid met elkaar om te gaan. | ||
![]() |
||
| 116. Het gaat er niet om of we onszelf als heiligen zien of willen zien. Het gaat er in dit leven om dat we leren vragen: Wat is de weg die Gij wilt dat ik ga. De Heere brengt Zijn kinderen waar Hij ze wil hebben. Op Zijn tijd en wijze. Altijd in de weg van het wonder. Wat je gisteren niet had kunnen denken te doen kan vandaag ineens toch gebeuren. | ||
![]() |
||
| 115. We moeten nooit denken dat de strijd hier ten einde is. Het blijft altijd een strijd om in te gaan wanneer we de voetstappen van de Heere Jezus leren drukken in de kruisweg die Hij is gegaan. Steeds opnieuw zullen Gods kinderen denken te bezwijken op de weg. Maar het geloof leert volhouden. En ziende op hun overste Leidsman weten ze eenmaal de overwinning te zullen behalen. Niet omdat ze dit zelf verdiend hebben. Maar in de kracht van de Heilige Geest. | ||
![]() |
||
| 114. De Heilige Geest legt de liefde in het hart van Gods kinderen. Zij zullen hierdoor de leden worden van de strijdende kerk. Het zal hier beneden altijd een weg blijven van het kruis. Een weg van pijn en verdriet. De bestrijders van binnen en van buiten zullen niet stil zijn. Er is maar één mogelijkheid die helse macht te weerstaan. Het is het gelovig zien op het Bloed wat gestort is op Golgotha. Daar is de kop van de satan vermorzeld. De geestelijke dood overwonnen. En een mogelijkheid geopend om tot genade te komen. Deze genade zal uiteindelijk de overwinning behalen. | ||
![]() |
||
| 113. Het geloof zal nooit beschaamd worden. Het kan jaren duren voor de Heere een eens gegeven belofte vervult. Bij Abraham was de hoop hierop al verdwenen. Maar de Heere bleek ook daar een Waarmaker van Zijn Woord. Hij was toen en is nu Dezelfde tot in alle eeuwigheid. Daarom behoeft geen van Zijn kinderen ooit te wanhopen. Het komt goed. | ||
![]() |
||
| 112. Wanneer het geloof wordt geoefend, het gaat nooit zonder werkzaamheden. De Heere geeft Zijn kinderen de belofte hen niet te zullen begeven, niet te zullen verlaten. In de meest moeilijke omstandigheden blijven Zijn beloftes van kracht. Maar het doet zeer zeker uitdrijven naar de Heere. Om in een afhankelijk leven niet te vertwijfelen maar het van Hem alleen te blijven verwachten. | ||
![]() |
||
| 111. Het is genade wanneer we het in dit leven van de Heere mogen verwachten. Wanneer we door het geloof mogen weten dat Hij in alles zal voorzien. Geen berg is te hoog. Zeeën zijn vlak. Ja het is een voortdurend kiezen van de welgebaande wegen. | ||
![]() |
||
| 110. Mensen zoeken zekerheid in het leven. De grote verzekeringskantoren zijn er goed mee. Er is uiteindelijk maar ene zekerheid. Dat is de wetenschap voor rekening van de Heere te leven. | ||
![]() |
||
| 110. In de stilte genieten Gods kinderen van datgene wat de Heere geeft. Het hoeft niet als parels voor de zwijnen gegooid te worden. De lofzang is in stilheid tot de Heere. Die boven bidden en denken een Waarmaker is van Zijn Woord. Hij heeft op God vertrouwd en is niet beschaamd uitgekomen. | ||
![]() |
||
| 109. Er blijft altijd een overblijfsel wat op de Naam van de Heere vertrouwt. In de benauwdheid zullen we de mensen zien die als engelen om ons heenstaan. De Heere zal Zijn kinderen niet begeven en niet verlaten. Hij zal zorgen tot voor de kleinste dingen. | ||
![]() |
||
| 108. Wat is het leven der genade zonder het krijgen van dagelijkse genade. Een dag zonder de Heere is en blijft een verloren dag. Wie dagelijks wordt begenadigd weet van dagelijks onderwijs. Een leren en afleren om zo het Beeld van God in het beginsel weer te vertonen. | ||
![]() |
||
| 107. Dan kunnen wij de problemen laten waar ze horen. En gaan we zelf zonder de problemen van anderen verder op de weg die we zijn ingeslagen. Vertrouwend op de Heere alleen. En met de wetenschap dat juist de Heilige Geest is uitgestort om te volharden. | ||
![]() |
||
| 106. Het is niet aan ons een ander te oordelen. We zijn niet geroepen anderen naar onze hand te zetten. We moeten het onszelf in deze niet moeilijker maken dan nodig is. Stil en gerust, in een volgen van de Heere, hebben wij onze weg te gaan. Dit bespaart ons onnodig verdriet en zorgen. In een gelovig opzien naar Hem is elke dag een wonder. | ||
![]() |
||
| 105. Genade is niet voor goede mensen die het zelf wel weten. Genade is voor de allerslechtsten die er zelf steeds opnieuw een puinhoop van maken. Die in hun zonden en ellenden zich tot Hem ter genezing wenden. | ||
![]() |
||
| 104. Wij hebben de zalving van Gods Geest nodig. Wanneer Deze derde Persoon in ons leven is gekomen, Hij zal alles doen medewerken tot de eer en de verheerlijking van Zijn Naam. Tot onze zaligheid door de Heere Jezus Christus. Dit houdt een stervend leven in. Om geheiligd en gelouterd te worden doorWoord en Geest. Vruchten te dragen tot geloof en bekering. | ||
![]() |
||
| 103. Wie voor een dubbeltje is geboren zal nooit een kwartje worden. Mensen kunnen nog zo hun best doen, het zullen steeds doodlopende wegen worden wanneer de Heere het anders beschikt. Het enige wat wij in dit leven moeten leren is volgen. Achter de Heere aan die wegen gaan die Hij ons wijst. Hoogmoed zit in elk mens. Zo wordt van nature gezocht naar meer en groter en anders. Het zal niet baten. De mens wikt. Maar God beschikt. | ||
![]() |
||
|
102. We lezen in het begin van de Bijbel over de schepping. God schiep de hemel en de aarde. Tevens heeft Hij een mens het leven gegeven. Het was niet goed dat Adam alleen was. Daarom kreeg hij een vrouw naast zich. Eva was niet zijn ondergeschikte. Eva overheerste de man niet. Eva was de tegenover van Adam. Voortaan konden ze alles samen doen. Wat heeft de Heere in Zijn wijsheid dit bijzonder gedaan. Nadat Adam en Eva gezondigd hadden mochten ze bij elkaar blijven. Zo is het altijd gebleven. De Heere geeft een vrouw als tegenover aan de man. Man en vrouw mogen elkaar aanvullen. Ze mogen elkaar helpen. Ze mogen elkaar liefhebben. Kortom, in het huwelijk mogen de man en de vrouw alles samen delen. Een huwelijk is een instelling van de Heere. In een huwelijk gaan de man en de vrouw samen door het leven. Als het goed is, daar is een hechte band van liefde. Niet een band van eigenliefde. Altijd zal de één de ander liefhebben. Deze liefde zal verdiepen. Hij zal alleen maar sterker worden wanneer er zorgen en moeilijkheden komen |
||
![]() |
||
|
101. Spreken
is zilver. En zwijgen blijft altijd goud. Het kan echter heel lang
duren voor dit duidelijk wordt. |
||
![]() |
||
| 100. Voor het capituleren komt een tijd waarin mensen zichzelf zoeken te rechtvaardigen in hun gedrag. De inhoud van het woord schuld kennen ze niet. Ze komen op plaatsen waar ze niet horen. Ze gedragen zich als mensen die de aandacht vragen. Overdreven en verre van normaal. Ze zoeken het gelijk. Ze weten niet dat wie een klein beetje mensenkennis heeft dit argwanend gadeslaat. Waar zal het eindigen? | ||
![]() |
||
| 99. De vrede van de Heere is alleen te vinden in wegen waarin alles vlak ligt. Mensen wiens geweten spreekt zoeken altijd hun gelijk om dit het zwijgen op te leggen. Ze zijn onrustig en vliegen van hot naar her. Gods kinderen met een geweten wat door hen het zwijgen is opgelegd lopen vroeg of laat vast. De Heere gaat in dwaalwegen niet mee. Dat voelen ze. Ze krijgen de Heere tegen. Het kan lang duren, maar de Heere leert hen allen wat capituleren is. | ||
![]() |
||
| 98. Het is niet goed je te verdiepen in de problemen van mensen die je toch niet kunt helpen. Het verdient de voorkeur daar te zijn waar je met de jouw geschonken gaven dienstbaar kan en mag zijn. De Heere wijst Zijn kinderen elk hun eigen plaats in het leven. | ||
![]() |
||
| 97. Mensen kunnen hun geweten toesnoeren. Terwijl ze eigenlijk al lang voelen dat ze verkeerd handelen, ze blijven doorgaan om vooraal geen schuld te hoeven bekennen. Het is goed dergelijke mensen maar een beetje hun gang te laten gaan. Zodat ze uiteindelijk vanzelf vastlopen met de verkeerde weg die ze zijn ingeslagen. | ||
![]() |
||
96. Altijd zijn er de mensen die het kwade zoeken achter de handelwijze van de ander. Al is iets nog zo goed bedoeld, men weet het zo uit te leggen dat de bekende vinger weer wordt uitgestoken. Hoe komt het dat men zo wantrouwend is van aard. Is men zelf niet te vertrouwen, of is men in het verleden beschaamd uitgekomen? Het getuigt niet van de zogenaamde brede blik in het leven. Niet van even iets verder te kijken dan de gemene man. Het getuigt niet van mensenkennis. Trouwens wat is mensenkennis. Vaak kennen mensen zichzelf niet eens. Wie is dan gerechtigd die ander te (ver)oordelen. Kortom: We kunnen mensen niet over die ene kam scheren. Elk mens is uniek. Er is niemand gelijk. Alleen dat gegeven is genoeg om het maar bij jezelf te houden. Bij jezelf te rade te gaan. Geen problemen van een ander uit te pluizen of er een kaartje aan te hangen. |
||
![]() |
||
| 95. Het is geweldig wanneer de Heere het gebed verhoort. Voor je zorgt. Maar hoe is het met je hart? Wordt dat van dag tot dag vernieuwd? | ||
![]() |
||
| 94. Mensen zijn in de regel veel te veel met een ander bezig. Hoe ze zelf in het leven staan weten ze niet. Toch is het ontdekkende werk van Gods Geest de enige optie om tot de zaligheid te komen. Alleen mensen die hun verdorven staat van nature inleven hebben genade nodig. | ||
![]() |
||
| 93. Uiteindelijk heeft alles te maken met inzicht. De één heeft de dingen direct door. De ander heeft veel hulp nodig voor hij het ziet. | ||
![]() |
||
| 92. Impulsiviteit is vaak oorzaak tot veel ellende. Het kan goed gaan, maar dat is dan de uitzondering die de regel bevestigt. Ondoordacht dingen doen. Ondoordacht dingen besluiten. Ondoordacht dingen zeggen. Impulsiviteit is een emotie. Waarvan je achteraf pas de gevolgen van ziet. | ||
![]() |
||
| 91. Een gemaakte keuze gaat altijd gepaard met rust of onrust. Met vrede of onvrede. Dat kan al direct zo zijn of na verloop ontstaan. Het geweten speelt hierin een belangrijke rol. Bedenk dat de Heere in keuzes die verkeerd waren niet mee zal gaan. Keer liever op je schreden terug dan een heilloze weg te vervolgen. | ||
![]() |
||
| 90. Laat toch iedereen zich bedenken door wie hij wordt geleerd. Is het gesprek van toegevoegde waarde. Of wordt afgebroken wat de Heere bouwt. Wie zaait onrust. Wie spreekt vuil en laster. Wie spreekt in een positieve zin. Kortom, bedenk: Wat is uit God en wat niet. En, het belangrijkste: Aan welke kant gaan we staan? Het is een keuze. En dan? Dan zal moeten blijken of het de juiste keuze was. | ||
![]() |
||
| 89. Het leven is een leerschool. In elk opzicht. Soms zijn er kleine lessen. Dan weer hele grote. Elke dag is er iets te leren. Alleen, je moet er wel voor openstaan. Wanneer Gods Geest je dat laatste leert, je begrijpt wat het is om dagelijks te worden begenadigd. | ||
![]() |
||
| 88. Er is iets wat macht heet. Macht hebben over mensen. Kadootjes geven of aardige woorden. Uiteindelijk verblindt het geschenk het oog. Het is genade door al die lieve dingen heen te kijken. Want is het wel echt. Het is wonderlijk hoeveel mensen erin trappen. Nog erin trappen. Terwijl ze gewaarschuwd zijn. Waarom? Om niet toe te geven een verkeerd spoor te zijn gegaan. Dan houdt het waarschuwen op. Men is verantwoordelijk voor zijn eigen daden. | ||
![]() |
||
| 87. Het is niet goed in een opwelling dingen te zeggen of te doen. Vaak is het ook nog zo dat wat men in emotie eruitgooit, men weet het zich niet meer te herinneren later. Er is een koor waarvan de duivel de dirigent is. De leden hebben geen kleurentelevisie en zijn dus het liefst dag en nacht op het koor. Ze zingen mee in het lied van leugen en laster. Het lied wat met God of gebod niets heeft te maken. | ||
![]() |
||
| 86. Spreken is zilver. Zwijgen is goud. Ook dat is een les die geleerd moet worden. Laat mensen maar praten. Ze weten vaak niet eens waar ze het over hebben. En al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. | ||
![]() |
||
| 85. Er is in de weg van het krijgen van genade ook veel jaloezie en afgunst. Dat zal zorgen dat vriendschappen breken. Ja zelfs huwelijken spaaklopen. | ||
![]() |
||
| 84. In de weg van het krijgen van genade is herkenning. Er zullen banden worden gelegd. Wie eerst je vrienden waren worden vijanden. En met wie je het niet kon vinden zullen je broers en zusters worden. | ||
![]() |
||
| 83. Genade is gunnend. En laten we daar nu vanuit blijven gaan. Zo zal iemand met genade altijd zoeken de ander te dienen met datgene wat om niet is ontvangen. Ik wil jou van harte dienen. En als Christus voor je zijn. Wat daarop afkomt is bekend. Maar zal uiteindelijk niet sterk genoeg zijn de ingeslagen weg terug te gaan. | ||
![]() |
||
| 82. Het krijgen van genade heeft alweer direct een groot gevaar in zich. De hoogmoed uit het Paradijs is direct hieraan verbonden. De zogenaamde gearriveerde mensen. De hoogbekeerden. Je ziet en hoort ze zeker in onze reformatorische kringen. Het neerzien op anderen. Die zeker niet hebben gekregen wat wij ontvangen hebben. Maar of op deze wijze Gods eer wordt bedoeld? | ||
![]() |
||
| 81. Je hoort het zo gemakkelijk zeggen: Ik had een bekeerde vader. Een bekeerde opa. Ja, daar ben ik jaloers op. Maar wanneer we naar het leven van die kinderen en kleinkinderen kijken, dan blijkt daar niets van. Waar is men dan jaloers op? Deed die bekeerde vader of opa dan zoals de kinderen of kleinkinderen doen? Denkt men in een zodanige handelwijze het grote goed te ontvangen waarvan deze mensen getuigden in hun woorden en daden? | ||
![]() |
||
| 80. Waarom alles veroordelen wat men zegt. Waarom niet goed luisteren om misschien iets bij te leren. Of, anders, af te leren. Waarom zo'n kortzichtige blik. Waarom? Gooi toch die hardheid overboord. Hoe kan de Heilige Geest nu de liefde in het hart geven wanneer er geen plaats voor is? Mensen moeten kapituleren. In geen andere weg is een bekering van de dood tot het leven. | ||
![]() |
||
| 79. Mensen vinden het fijn een goed gevoel te hebben. Ze denken met hun fijne gevoel de hemel in te gaan. Maar o, dat gevoel is zo bedrieglijk. We moeten tot het laatste toe dagelijks omgekeerd worden. Om te groeien in genade. Dat gaat dagelijks gepaard met onrust en strijd. Met onderzoek wel op de goede weg te zijn. | ||
![]() |
||
| 78. Neemt niet weg dat het oordeel van mensen vertwijfeling mee kan brengen. Wanneer met zo grote zekerheid wordt gesproken. Maar wie een ander oordeelt, hij is alrede geoordeeld. | ||
![]() |
||
| 77. De Heere ziet het hart aan. Mensen oordelen datgene wat ze zien of horen. De Heere kijkt veel verder. Hij is genadig die Hij genadig wil zijn. Niemand doet daar iets aan toe of aan af. Boven alles staat de Heere. Hij verhoogt en Hij vernedert. | ||
![]() |
||
| 76. Wie zijn mensen dat ze mogen oordelen over de staat van een ander. Laten we het houden bij de stand. Hopend dat de liefde en de bewogenheid om tact en wijsheid vraagt de zonde aan te wijzen en de juiste weg niet alleen voor te houden maar ook voor te leven. | ||
![]() |
||
| 75. Ons wordt voorgehouden dat er toch zeker een eenmalige bijzondere gebeurtenis in het leven moet plaatsvinden. Het brengt hen die vanaf de baarmoeder de liefde van God in het hart weten in vertwijfeling. Zij moeten reeds vanaf hun jongste jaren de strijd ervaren. En wie zou hen begrijpen van diegenen die wachten op dingen die zij voor kenmerkend houden. Integendeel, ze zijn vaak oorzaak van veel verdriet en pijn. | ||
![]() |
||
| 74. Jaren zijn voorbij gegaan. Je probeerde iedereen mee te nemen in de weg van de genade. Het was de gunning die je deed spreken. Je werd niet geacht. Niet geloofd. Dan komt het moment waarop je afscheid neemt. Het is voorbij. Een geheel andere weg ligt voor je. Een deur ging dicht. Een raam open. Je vliegt weg. Een onbekende toekomst tegemoet. Het zijn de vleugels van het geloof en het vertrouwen die je dragen. En niemand, nee niemand houd je tegen. | ||
![]() |
||
| 73. En luister nu eens goed naar de preek. Waar gaat deze over? Over de Heere Jezus? Dat is prima. Maar wat moeten we dan met de Heere Jezus? We zijn niet uit de Heere Jezus gevallen. We zijn uit God gevallen. En door God Heilige Geest gaan we onze verloren staat zien. Gaan we om een Middelaar smeken. In het verdere moeten we door Gods Geest elke dag opnieuw bekeerd worden. | ||
![]() |
||
| 72. Natuurlijk is het goed een bijbelstudie te houden. Natuurlijk is het goed je te verdiepen in de leer die je wordt voorgehouden. Maar denk bij alles nu eens aan die twee bouwers. De één bouwde en bouwde. De ander kwam maar nooit verder. Het leek wel alsof het huis nooit klaar zou komen. Maar toen kwamen de stormen. En u weet het vervolg. Wiens huis bleef staan? Dat prachtige huis, zo snel klaar, wat ogenschijnlijk van het andere niet was te onderscheiden? Neen, er moet een geestelijke wapenrusting zijn willen Gods kinderen in de stormen van het leven niet ten onder gaan. Daarom is er naast de roeping altijd een tijd van bekwaming. Wat is de inhoud, wat is de waarde, van datgene waarin je je verdiept? | ||
![]() |
||
| 71. Soms lijkt het wel alsof het donker de overhand heeft. Alsof dat boze het zal winnen. Hier en daar kom je het tegen. Onverwachts steekt het de kop op. Brengt het ongeloof en twijfel door een houding die je niet thuis kan brengen. Er blijft altijd maar één geneesmiddel: Houd in uw weg het oog op God gericht. De uitkomst zal niet falen. Let op de houding van die mensen die dood en verderf zaaien. Ze worden onrustig. Angstig. Kijken je niet recht aan. Proberen in die weg anderen mee te krijgen in hun duivels gedrag. Maar houd voor ogen dat de waarheid altijd het laatste woord heeft. | ||
![]() |
||
| 70. Het donker verdraagt het licht niet. Zo is het ook met mensen die elkaar niet verdragen. Nu is het de grote vraag: Behoor je tot het licht of tot het donker. Het is kenmerkend dat de mensen van het licht zich afvragen of ze wel tot het licht behoren. De mensen van het donker zijn er in de regel vast van overtuigd tot het licht te behoren. | ||
![]() |
||
| 69. Nog een vraag. Kijken mensen je recht aan wanneer ze je een hand geven? Of kijken ze bewust een andere kant op? Vinden ze het de moeite niet waard je te erkennen? Weet dat deze mensen zelf een probleem hebben. Waarover ze niet durven of willen praten. Bang om hun gezicht te verliezen? | ||
![]() |
||
| 68. En let nu eens op wanneer je met mensen spreekt. Zijn ze positief of negatief naar jou toe ingesteld? Spreken ze op een prettige manier tegen je? Of is alles wat ze naar voren brengen vol ongeloof? Heb je het gevoel ongeloofwaardig voor hen te zijn? Hebben ze altijd commentaar? Vullen ze je altijd aan? Zijn ze het wel eens met je eens? Nemen ze wel eens iets van je aan of over? Of heb je altijd het gevoel je te moeten verdedigen? Dingen uit te leggen? Kortom, heeft degene waar je mee dicussieert een bepaalde macht over je? | ||
![]() |
||
| 67. Waarom wordt zo weinig gesproken over Gods Geest. Waarom weten de mensen die spreken van genade hier geen weg mee. Gods kinderen worden geleid door de Heilige Geest. En zouden ze in hun leven niet dagelijks de wonderlijke wegen van God middels Zijn Heilige Geest opmerken. Deze is het immers Die Heere is. Die levend maakt. Hij ontdekt aan zonde en schuld. Hij vernieuwt het hart. Het kan toch niet waar zijn dat Gods kinderen verheugd zijn zonder Gods Geest op te merken? | ||
![]() |
||
| 66. De Heere zal wel erg blij zijn met al die mensen die zo kortzichtig door het leven gaan. Die kostte wat kost hun haan koning doen kraaien. En dat met een vroom tintje als achtergrond. Die anderen influisteren om ook maar deze of gene te mijden. Die niet proberen vanuit de liefde te bouwen maar die alles afbreken. | ||